Persberichten

22 september: Nationale Plasdag 2016

 

Plasklachten: het verschil tussen mannen en vrouwen

  • Op gang komen plasbeurt vaak moeilijk bij mannen
  • Vrouwen meer last van incontinentie
  • 31% van de vrouwen heeft in de afgelopen drie jaar wel eens in haar broek geplast, mannen 11%


Leiden, 22 september 2016 -
Plassen lijkt zo vanzelfsprekend, toch blijkt uit het jaarlijks Nationaal plasonderzoek van de Continentie Stichting Nederland dat 4 op de 5 volwassen Nederlanders last hebben gehad van plasklachten in het afgelopen jaar. De meest genoemde klachten zijn veel (in de nacht) moeten plassen en een sterke aandrang hebben tot plassen. Mannen geven vaker aan last te hebben van een zwakke of onderbrekende urinestraal en een moeilijk op gang komende plasbeurt, terwijl vrouwen juist vaker kampen met incontinentie en aangeven last te hebben van veel moeten plassen. Een derde van de vrouwen geeft bovendien aan in de afgelopen drie jaar wel eens in haar broek te hebben geplast. Bij mannen was dit 11%. Dit blijkt uit het Nationaal Plasonderzoek dat  door onderzoeksbureau GfK (n=1.289) in het kader van de Nationale Plasdag op 22 september 2016 uitgevoerd is. Deze dag is in het leven geroepen om het taboe op plasklachten te doorbreken.


Schaamte over plasklachten

Plasklachten zijn voor Nederlanders nog altijd taboe, zo zegt twee derde van de respondenten in het Nationaal Plasonderzoek. Hoewel het merendeel van de respondenten met plasklachten aangeeft dit eenvoudig bespreekbaar te kunnen maken, is het topic vooral voor mannen beschamend en zij praten hier dan ook niet graag over.

 

“De plasproblemen verschillen per geslacht. Dat komt doordat man en vrouw anatomisch anders in elkaar zitten. Opmerkelijk is wel dat plasklachten voor mannen moeilijker bespreekbaar zijn dan voor vrouwen. Het bespreken van plasklachten blijkt überhaupt een taboe voor veel Nederlanders. Maar juist wanneer we plasklachten bespreekbaar maken, durven mensen sneller naar de dokter te stappen. Er zijn namelijk manieren om plasklachten te verhelpen of te verminderen, bijvoorbeeld met bekkenfysiotherapie of medicatie”, aldus Ruud Bosch, uroloog in het Universitair Medisch Centrum Utrecht en voorzitter van de Continentie Stichting Nederland.

 

Belemmering op het dagelijks leven

Plassen is een intieme gebeurtenis, zo blijkt uit het onderzoek. 34 procent geeft aan moeite te hebben met plassen in de directe aanwezigheid van anderen. Ruim een derde van de Nederlanders wil zelfs niet plassen in het bijzijn van de partner. Voor mensen met plasklachten is plassen nog intiemer, zij willen hun partner überhaupt niet in de buurt hebben wanneer zij nodig moeten. Toch nemen mensen met plasklachten hun partner wel in vertrouwen. Ruim 60% van de respondenten die praat over plasklachten wendt zich als eerste tot de partner als zij plasproblemen ervaren.

 

Mensen die kampen met incontinentie geven voornamelijk aan dat zij het vervelend vinden hier altijd rekening mee te moeten houden en daardoor worden belemmerd in het spontaan ondernemen van leuke dingen (26%).

 

Mantelzorger bespreekt plasklachten met hulpbehoevende

Bijna de helft van de mantelzorgers heeft wel eens te maken met plasklachten bij de hulpbehoevende. Dit bespreken mantelzorgers in 66% van de gevallen direct met de patiënt. Ongeveer een kwart van de mantelzorgers maakt kenbaar dat degene die zij verzorgen zich schaamt voor plasklachten en bang is voor vervelende reacties.

 

Hangen of zitten

Als het aankomt op toiletteren dan houden mannen en vrouwen er zo hun eigen gebruiken en voorkeuren op na. Over het algemeen vindt de helft van de respondenten dat het mannentoilet viezer is dan het vrouwentoilet. En hoewel mannen bij openbare toiletten vaak worden geacht gebruik te maken van een urinoir, geeft 43% van de mannen de voorkeur aan een normaal toilet. Een derde van de heren wil liever zitten tijdens het plassen. Hygiëne is daarbij wel een voorwaarde. Maar liefst 39% van de heren ziet af van een toiletbezoekje wanneer zij urinesporen aantreffen op het urinoir.

 

Onder de vrouwen die een openbaar toilet bezoeken bevindt zich vooral veel ‘hangpubliek’. Slechts 4 op de 10 vrouwen zit altijd op de bril. Ruim 40% van de dames hangt boven de toiletpot. Voor de vrouwen die deze acrobatische wijze van toiletteren niet meester zijn, is er ook een alternatief, namelijk het bedekken van de bril met toiletpapier. Een derde van de dames drapeert een laagje wc-papier op de bril voordat zij plaatsnemen.

 

Telefoon wassen na het plassen

Hygiëne speelt voor zowel mannen als vrouwen een belangrijke rol als het om toiletbezoek gaat. Meer dan de helft van de Nederlanders geeft aan de handen na het toiletteren te wassen met water én zeep. 39% maakt zich er snel vanaf door alleen water te gebruiken. Slechts 8% wast de handen meestal niet.

 

Opmerkelijk zijn de bezigheden van mannen en vrouwen op het toilet. 59% van de ondervraagden zit wel eens met hun telefoon op de wc. Naast social media bekijken en het lezen van het nieuws verstuurt 58% e-mails, WhatsAppjes of sms’jes tijdens het plassen. 37% speelt graag een spelletje, maar 17% schroomt er ook niet voor op het toilet een telefoongesprek te voeren of te internetbankieren (14%).

 

Hoewel het overgrote deel van de respondenten wel plichtsgetrouw de handen wast na hun kleine boodschap, wordt een ander aspect van hygiëne vaak vergeten: het schoonmaken van de mobiele telefoon na op het toilet te hebben gezeten. Meer dan de helft van de ondervraagden maakt de gsm nooit schoon. Slechts een kwart van de respondenten haalt minstens één keer per week een doekje over de mobiele telefoon.

 

-       Einde bericht -

 

Noot voor de redactie, niet voor publicatie

 

Contact

Download de infographic:

 

Tirza Louwe

Porter Novelli

020 543 7604 | Mobiel 06 5492 1025

E-mail: nationaleplasdag@porternovelli.nl

 

Over de Nationale Plasdag

De Nationale Plasdag is een initiatief van de Continentie Stichting Nederland (CSN). Op 22 september 2016 vindt de derde editie van de Nationale Plasdag plaats. Met deze dag wil de stichting het onderwerp plasklachten bespreekbaar maken. Uit cijfers van CSN blijkt dat een half miljoen Nederlanders te maken heeft met incontinentie en circa één miljoen mensen met een overactieve blaas maar hier (te) weinig aan doen omdat ze zich hiervoor schamen. CSN staat deze week met The Plees To Be op de 50PlusBeurs om het taboe te doorbreken.

De Nationale Plasdag wordt ondersteund door Astellas Pharma B.V. Kijk voor meer informatie over de campagne op www.kleineboodschap.nl.

 

Verantwoording onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd via een online vragenlijst. Het onderzoek is representatief op basis van leeftijd, geslacht en opleiding. N = 1.289. Nederlanders van 18 jaar en ouder zijn ondervraagd. De vragenlijst is rondgestuurd in de periode 25 juni tot en met 5 juli 2016. Het onderzoek is uitgevoerd door het onafhankelijke marktonderzoeksbureau GfK in opdracht van CSN in het kader van de Nationale Plasdag. Het onderzoek betreft een vervolg op de meting die in 2014 en 2015 is gedaan. 

22 september: Nationale Plasdag 2016

Ruim zestig procent van de mobielgebruikers op het toilet maakt telefoon zelden tot nooit schoon

Leiden, 22 september 2016 – Plassen lijkt zo vanzelfsprekend, toch blijkt uit het jaarlijks Nationaal plasonderzoek van de Continentie Stichting Nederland dat 4 op de 5 volwassen Nederlanders last hebben gehad van plasklachten in het afgelopen jaar. Plassen is voor veel mensen een intieme zaak, tegelijkertijd neemt 59% van de mensen wel eens hun telefoon mee naar het toilet. Hygiëne vinden we allemaal belangrijk, desondanks maakt 63% de telefoon zelden tot nooit schoon na het appen, gamen of nieuwslezen op de wc. Dit en meer blijkt uithet plasonderzoek dat door het GfK(n=1289) in het kader van de Nationale Plasdag op 22 september 2016 is uitgevoerd. Deze dag is in het leven geroepen om het taboe op plasklachten te doorbreken.

 

De bezigheden van mannen en vrouwen op het toilet zijn opmerkelijk. Twee derde van de Nederlanders neemt de telefoon weleens mee naar de wc. Naast social media bekijken, het lezen van het nieuws en het versturen van e-mails, WhatsAppjes of sms’jes speelt 37 procent graag een spelletje. 17 procent schroomt er ook niet voor op het toilet een telefoongesprek te voeren of te internetbankieren (14%).

 

Vrouwen hangen, mannen zitten

Hoewel het overgrote deel van de respondenten wel plichtsgetrouw de handen wast na hun kleine boodschap, wordt een ander aspect van hygiëne vaak vergeten: het schoonmaken van de mobiele telefoon na op het toilet te hebben gezeten. Meer dan de helft van de ondervraagden maakt de gsm zelfs nooit schoon. Slechts een kwart van de respondenten haalt minstens één keer per week een doekje over de mobiele telefoon.

 

De helft van de respondenten vindt het mannentoilet viezer dan het vrouwentoilet. Maar liefst 39 procent van de heren ziet af van een toiletbezoekje wanneer zij urinesporen aantreffen op het urinoir. Het overgrote deel van de respondenten in het onderzoek geeft aan de handen na het toiletteren te wassen met water én zeep. 39% maakt zich er snel vanaf door alleen water te gebruiken. Slechts 8 procent wast de handen meestal niet.

 

43 procent van de mannen plast liever op een normaal toilet dan bij een urinoir. Ook blijkt een derde liever te zitten tijdens het plassen. Veel vrouwen weigeren tijdens het plassen de toiletbril aan te raken. Ruim 40% hangt liever boven de toiletpot en een derde bekleedt de wc-bril met wc-papier voordat er plaats wordt genomen.

 

Wc-leed

Mannen geven vaker aan last te hebben van een zwakke of onderbrekende urinestraal en een moeilijk op gang komende plasbeurt, terwijl vrouwen juist vaker kampen met incontinentie en aangeven last te hebben van vaak moeten plassen. Een derde van de vrouwen geeft bovendien aan in de afgelopen drie jaar wel eens in haar broek te hebben geplast tegenover 11 procent van de mannen. Mensen die kampen met incontinentie geven voornamelijk aan dat zij het vervelend vinden hier altijd rekening mee te moeten houden en daardoor worden belemmerd in het spontaan ondernemen van leuke dingen (26%). 

 

Volgens twee derde van de respondenten in het plasonderzoek zijn plasklachten nog altijd taboe. Het merendeel van de respondenten praat relatief eenvoudig over plasproblemen, maar het topic is vooral voor mannen beschamend en zij praten hier dan ook niet graag over.

 

“De plasproblemen verschillen per geslacht. Dat komt doordat man en vrouw anatomisch anders in elkaar zitten. Opmerkelijk is wel dat plasklachten voor mannen moeilijker bespreekbaar zijn dan voor vrouwen. Het bespreken van plasklachten blijkt überhaupt een taboe voor veel Nederlanders. Maar juist wanneer we plasklachten bespreekbaar maken, durven mensen sneller naar de dokter te stappen. Er zijn namelijk manieren om plasklachten te verhelpen of te verminderen, bijvoorbeeld met therapie of medicatie”, aldus Ruud Bosch, uroloog in het Universitair Medisch Centrum Utrecht en voorzitter van de Continentie Stichting Nederland.

 

-       Einde bericht    -

 

Noot voor de redactie, niet voor publicatie

 

Contact

Voor meer informatie, interviewaanvragen of beeldmateriaal neem contact op met:

 

Tirza Louwe

Porter Novelli

020 543 7604 | Mobiel 06 5492 1025

E-mail: nationaleplasdag@porternovelli.nl

 

Over de Nationale Plasdag

De Nationale Plasdag is een initiatief van de Continentie Stichting Nederland (CSN). Op 22 september 2016 vindt de derde editie van de Nationale Plasdag plaats. Met deze dag wil de stichting het onderwerp plasklachten bespreekbaar maken. Uit cijfers van CSN blijkt dat een half miljoen Nederlanders te maken heeft met incontinentie en circa één miljoen mensen met een overactieve blaas maar hier (te) weinig aan doen omdat ze zich hiervoor schamen. CSN staat deze week met The Plees To Be op de 50PlusBeurs om het taboe te doorbreken.

De Nationale Plasdag wordt ondersteund door Astellas Pharma B.V. Kijk voor meer informatie over de campagne op www.kleineboodschap.nl.

 

Verantwoording onderzoek

Het onderzoek is uitgevoerd via een online vragenlijst. Het onderzoek is representatief op basis van leeftijd, geslacht en opleiding. N = 1.289. Nederlanders van 18 jaar en ouder zijn ondervraagd. De vragenlijst is rondgestuurd in de periode 25 juni tot en met 5 juli 2016. Het onderzoek is uitgevoerd door het onafhankelijke marktonderzoeksbureau GfK in opdracht van CSN in het kader van de Nationale Plasdag. Het onderzoek betreft een vervolg op de meting die in 2014 en 2015 is gedaan.